Klimaat en locatie
Sociale ongelijkheid
Schulden
Slechte gezondheid
Nood aan onderwijs
Klimaat en locatie
Jaarlijks zijn er in de streek twee moessonregens, in oktober en juni. Die worden voorafgegaan door zware orkaanwinden en cyclonen. De zomers zijn er zeer heet, met temperaturen tot 50°C. Door droogte en overstroming sterven er in dit gebied jaarlijks meer dan 5000 mensen.
De mensen van Attakanithipa trachten in deze moeilijke omstandigheden te overleven van visvangst en landbouw. Na de moessons kunnen ze vier maanden vissen op het meer rond het dorp. Naarmate de temperaturen stijgen, daalt het waterpeil van het meer. Het ruwe zout dat achterblijft, wordt verkocht. Hiervan leven de dorpelingen nog twee maanden. De overige zes maanden werken ze op de velden.
De landbouwgrond is helaas zeer arm en na het regenseizoen kan er enkel zout water worden opgepompt. Hierdoor kunnen de dorpsbewoners maar enkele gewassen telen: rijst, uien en groene en rode chili's. De oogst is bovendien van zeer slechte kwaliteit.
[ Terug naar boven ]
Sociale ongelijkheid
Het dorpje is onderverdeeld in een kastensysteem. Een erkende, hoge kaste en een niet-erkende, lage kaste. Deze mensen hebben het niet gemakkelijk.
De landbouwgrond is in het bezit van de hoge kaste en de mensen uit de lage kaste werken op deze velden. Voor gemiddeld 10.000 roepies (amper 175 euro) moeten ze 12 maanden werken. Zowat 80% van de gezinnen zijn gebonden dagarbeiders. Dit wil zeggen dat zij afhankelijk zijn van de hogere kaste. Hoe zij in die val lopen, leest u hieronder.
[ Terug naar boven ]
Schulden
Na het korte visseizoen moeten de meeste gezinnen een lening bij de hoge kaste aangaan om te kunnen overleven. De schuldeisers vragen om het geleende bedrag in één keer terug te betalen. Zolang dat niet gebeurt, moet het gezin maandelijks 10% rente betalen. Door deze uitbuiting ziet het gezin zich vervolgens genoodzaakt om elders een tweede lening aan te gaan. Maar zo worden de schulden natuurlijk alleen maar groter. Verschillende gezinnen hebben zelfs schulden in meer dan één dorp.
Wanneer de schuld niet kan worden terugbetaald, moet het gezin werken op de velden van de schuldeiser. De schuld wordt echter pas kwijtgescholden als de oogst van dat jaar goed is. Als de oogst mislukt, zijn de mensen verplicht om nog een jaar langer voor hun schuldeiser te werken. Maar zes maanden later moeten ze natuurlijk weer lenen. Een straatje zonder eind...
Op deze manier worden de mensen gebonden arbeiders en goedkope werkkrachten voor de grondbezitters. Wisten ze dat dan niet? Neen, want ze kunnen het contract niet lezen.
Veel vaders worden hierdoor ontmoedigd en beginnen te drinken, met nog meer schulden tot gevolg. Schulden die de kinderen mee moeten helpen afbetalen.
[ Terug naar boven ]
Slechte gezondheid
Het dorp ligt in een gebied waar malaria heerst. Voor de start van het hulpproject maakte deze ziekte in het dorp iedere maand een dodelijk slachtoffer. Ook de hitte en de daaraan verbonden droogte eisen hun tol, zowel onder de mensen als onder het levensnoodzakelijke vee.
De kinderen zijn sterk ondervoed. Op school krijgen ze een bescheiden warme maaltijd. Omdat hun ouders zo arm zijn, is dit voor de meeste kinderen de enige maaltijd. Om hun vitaminetekort te bestrijden, krijgen de kinderen dankzij het hulpproject dagelijks een stuk fruit. Wanneer het in de zomer te warm is voor school, wordt er in het dagzorgcentrum voor de kinderen gekookt.
Door hun ondervoeding en het gebrek aan hygiëne hebben de meeste kinderen last van etterende wonden en huiduitslag. Het project probeert de kinderen bewust te maken van het belang van een goede persoonlijke verzorging en leert hen hoe ze zich moeten wassen, hun tanden poetsen, enz.
[ Terug naar boven ]
Nood aan onderwijs
Ongeletterde mensen zijn gemakkelijk uit te buiten, dat weet iedereen. Daarom is het belangrijk dat we de kinderen degelijk onderwijs kunnen bieden. Met de steun van de Indiase overheid werd er een schooltje in het dorp gebouwd. De inrichting en het schoolmateriaal werden bekostigd door het project.
De kinderen van het dorp zijn slim en ze hebben een voorliefde voor wiskunde. Tijdens de pauze maken ze soms rekensommen tegen elkaar op. Van hun 2e tot 9e jaar kunnen de kinderen in de dorpsschool terecht. Kinderen uit de hoge en lage kaste volgen er samen les.
Vanaf hun tiende gaan de kinderen naar een andere school buiten het dorp. Maar daar moeten ze elk schooljaar slagen voor een grote eindtoets om hun studie verder te mogen zetten. Veel kinderen slagen hier niet in. Daarom willen wij zorgen voor naschoolse opvang om hen te helpen met hun huiswerk en om hen te blijven motiveren.
Daarnaast heerst er nog een ander groot sociaal onrecht. Na hun 12e kunnen de meeste kinderen immers niet meer naar school. Omdat ze tot de lage kaste behoren bijvoorbeeld. Ook de meisjes moeten al vrij snel thuis blijven om te helpen in het huishouden of op het veld.
[ Terug naar boven ]